Vanochtend las ik op Elja Daae’s blog haar bericht over die keer dat ze geen aantekeningen maakte bij een lezing. En dat alle ideeën die ze op dat moment had later in lucht bleken te zijn opgegaan. Ze wilde die ideeën gebruiken voor haar blog, en voor presentaties die ze in de toekomst nog ging houden, maar ook gewoon als aantekening voor zichzelf. Normaliter pakte ze daar haar telefoon voor, maar daar had ze nu geen zin in gehad. En later bleken de ideeën vervlogen. (Dat was niet het punt van haar verhaal trouwens, lees het hier: Vervlogen ideeën.)
Dat deed me denken aan een experiment dat ik laatst deed, wat lijkt op die situatie: ik had een gesprek en schreef niets op. (En oké, daar wijk ik al wat af van wat Elja doet: ik typ nooit bij gesprekken die ik voer of waarbij ik aanwezig ben; ik schrijf, gebruik pen en papier.) Een dag later ging ik in alle rust aan het bureau in mijn werkkamer zitten en schreef ik op wat ik me nog van dat gesprek herinnerde. En dat was in principe alles, kwam ik tot mijn verbazing achter. Compleet met ideeën die ik tijdens het gesprek had en die weer opkwamen toen ik nadacht over wat er allemaal gezegd was, plus nieuwe ideeën.
Ik kan het beamen: je onthoudt informatie écht beter als je met de hand schrijft en dat blijkt te maken te hebben met het feit dat schrijven verschillende handbewegingen vereist om letters te vormen. Alleen, helemáál niets opschrijven en vanaf nu maar vertrouwen op mijn geheugen lijkt toch ook niet zo’n goed idee te zijn, ook al ging het in dit geval goed. Dat had vooral te maken met dat de omstandigheden in dit geval redelijk ideaal waren voor het onthouden. En dat is vaak niet zo. Het geheugen is feilbaar en of ik me zo’n gesprek later nog goed en correct kan herinneren is van veel zaken afhankelijk. Dus ik hou pen en papier toch maar bij de hand.